Carrefour: wel marktverlies, geen bedrijfsverlies

Kris Merckx, oprichter Geneeskunde voor het Volk schreef 25 februari onderstaand opiniestuk voor deredactie.be.   "Als huisarts heb ik het ook van dichtbij meegemaakt bij patiënten. Als klanten hebben we in onze eigen hyper- of supermarkt kunnen zien hoe de werkstress jaar na jaar verhoogde.  Het zijn vooral die personeelsleden die de overbekende slogan van GB – Twee miljoen klanten dat moet je verdienen, elke dag - waar hebben gemaakt. Vaak gaven ze het beste van zichzelf. Maar voor Carrefour, dat België’s grootste warenhuisketen inpikte, was dat niet genoeg."

Ik hou niet van overtrokken termen – vroeger was dat wel eens anders. Maar in het geval van de sluitingen en afdankingen bij de grootwarenhuisreus Carrefour is de omschrijving ‘sociaal bloedbad’ volledig op zijn plaats.

De tv-beelden die bij zo’n drama horen zijn ons de laatste maanden maar al te zeer bekend: wenende jonge koppels die samen op het bedrijf werken en niet meer zien hoe ze hun huis gaan afbetalen, veertigers en vijftigers zonder uitzicht op een nieuwe baan, laat staan een met vergelijkbare verloning en statuut.

In het geval van Carrefour grijpen de reacties van het getroffen personeel je, zo mogelijk, nog meer naar de keel. De identificatie speelt daarbij een rol. Elke volwassen Belg heeft ontelbare malen een karretje van de GB of zijn opvolger Carrefour gevuld en uitgeladen. En bij elk van de geïnterviewde personeelsleden, met vaak 30 of 40 jaar dienst, haalt iedereen zich wel een vergelijkbare kassierster, aanvuller of filiaalhoofd uit de eigen regio voor de geest.

Stokbrood

Het zijn vooral die personeelsleden die de overbekende slogan van GB – Twee miljoen klanten dat moet je verdienen, elke dag - waar hebben gemaakt. Vaak gaven ze het beste van zichzelf. Maar voor Carrefour, dat België’s grootste warenhuisketen inpikte, was dat niet genoeg. Als klanten hebben we in onze eigen hyper- of supermarkt kunnen zien hoe de werkstress jaar na jaar verhoogde. Als huisarts heb ik het ook van dichtbij meegemaakt bij patiënten.

Zo herinner ik me nog goed de geschiedenis van Sofie (40 j., fictieve naam). In oktober 2003 ging ze er volledig onder door. Dat was niet toevallig in de fameuze ‘Carrefour-maand’. Er was niet alleen het gewone werk van rekken aanvullen, elke dag moesten ook de promoties van die dag in het zicht gesteld worden. De extra toevloed van klanten, met al hun vragen, moest worden opgevangen met een personeelsbezetting die dezelfde bleef. De gejaagdheid van de klanten zorgde voor extra druk.

De week voor haar instorting had Sofie meegemaakt hoe een ongeduldige klant een kassierster had afgetuigd met… een stokbrood. Het slachtoffer diende afgevoerd te worden met een hartkramp. Na enige tijd slaagden Sofie en ik erin haar terug ‘werkbekwaam’ te krijgen. Maar een paar maanden later diende Sofie haar job toch te laten staan. Ik denk dat heel wat huisartsen zo’n Sofie of Sven hebben zien passeren. Carrefour was niet voor niks de grootste privé-werkgever van het land.

Uitbuiting passé?

Akkoord, de rauwe uitbuiting van de tijd van priester Daens komt hier gelukkig niet zo vaak meer voor. Maar is uitbuiting as such daarom passé? Het verhaal van Carrefour bewijst dat ze ook bij ons nog bestaat zij het onder een meer verfijnde vorm. Ze neemt zelfs nog toe. Ze blijft een efficiënte hefboom voor de creatie van winst. Ondermeer daardoor maakt Carrefour België, hoewel het er de schijn niet van heeft, tot op vandaag nog volop winst.

Waarom wordt dat feit in de berichtgeving verdoezeld? Grote jobkillers proberen steevast de schuld te steken op economische factoren zoals de crisis, de ‘te hoge’ lonen en sociale voordelen van de werknemers. Gecoacht door specialisten in crisiscommunicatie zet de top van Carrefour daarom vooral haar ‘marktverlies’ tegenover de concurrenten Colruyt en Delhaize in de picture. Bij ‘verlies’ denkt de modale burger (en ook menig journalist) immers gewillig aan bedrijfsverliezen. En is een bedrijf dat geen winst meer maakt niet verplicht om te snoeien?

Is ons niet ingehamerd dat ondernemingen nu eenmaal geen liefdadigheidsinstellingen zijn? Dient men dan als redelijke burger, en zelfs vakbondsman of –vrouw, niet in te stemmen met een zware pijnlijke afdankingsgolf?

De bonussenpakkers van Carrefour zouden maar wat graag hebben dat we in die setting instappen.

Spreadsheets

Mogen we zo vrij zijn hen te vragen ons eerst eens de spreadsheets te tonen met de werkelijke bedrijfsresultaten? Die leren namelijk dat het ‘marktverlies’ voor Carrefour allesbehalve gelijk staat met financieel of bedrijfseconomisch ‘verlies’. Ook op die toch zo tegenvallende Belgische markt maakt de warenhuisgigant nog altijd meer dan behoorlijk winst.

Carrefour-België zelf boekte vorig jaar 66 miljoen euro winst. Daarnaast heeft Carrefour in Brussel een coördinatiecentrum dat direct gelieerd is aan de moedermaatschappij GMR nv. Dat coördinatiecentrum maakte vorig jaar 381 miljoen euro winst en betaalde daarop welgeteld 33.225 euro belastingen. Dat is een tarief van… 0,008 procent. De gecumuleerde winsten van het coördinatiecentrum, sinds zijn oprichting, lopen op tot liefst 1,57 miljard euro. Maal 40 voor wie nog in Belgische franken rekent en bij dit cijfer nog niet duizelt.

Kan het dan zo maar dat deze Franse groep bij zijn tak Carrefour-België 1.672 jobs wegsnoeit en 21 winkels sluit en tegelijk de andere afdelingen behoudt om verder winsten te accumuleren? De afdankingen van vandaag dienen niet om een failliet te voorkomen, enkel om de winsten op te drijven.

‘Wet InBev’

De werknemers van AB InBev hebben onlangs getoond dat men het streven naar winstmaximalisatie en de graaicultuur een halt kan toeroepen. Het personeel van Carrefour heeft evenzeer het recht zich te verzetten. Ik ben benieuwd welke politieke krachten er samen met hen zullen voor opkomen dat niet de werknemers betalen maar wel zij die profiteerden – en nog altijd profiteren – van de groei van Carrefour tot tweede grootste warenhuisketen ter wereld. De cijfers hierboven bewijzen dat deze gigant de middelen heeft voor een sociale oplossing. De werknemers van Carrefour en hun vakbonden verdienen onze steun.

In dit verband steun ik ook het voorstel om in ons land een wet aan te nemen die transnationale ondernemingen die winst maken verbiedt om werknemers te ontslagen. Er loopt daarvoor actueel een on-line-petitie, www.wetinbev.be. Geïnspireerd door de recente gebeurtenissen hebben de initiatiefnemers hun voorstel immers ‘Wet InBev’ gedoopt.

Zoals er na de sluiting van Renault een ‘wet Renault’ kwam, dient er volgens hen, na de (mislukte) poging tot collectieve ontslagen bij AB InBev, een ‘Wet InBev’ te komen. Waar de wet Renault maar een balsem op de wonde was – de verplichting om op een ‘beschaafde’ wijze de intentie tot sluiting aan te kondigen – dient de ‘Wet InBev’ om effectief jobs te redden. Met een rechtmatig deel van de superwinsten. De werknemers van Carrefour hebben dat verdiend. Elke dag.